‘De Kees van Dongen van Kattenburg’, een voor zichzelf sprekende benaming, zo werd de Nederlandse fauvist Freek van den Berg veelvuldig genoemd. Dat de geboren en getogen Amsterdammer als een fauve (wilde) schildert is een gevolg van zijn temperament, zijn levensdrift, zijn liefde voor het leven dat hij met optimisme beziet. Uit zijn schilderijen en aquarellen blijkt direct dat hij een geboren schilder is, die zijn métier in de vingers heeft. Tot op de dag van vandaag hebben zijn kunstwerken nog steeds een moderne en avant-gardistische uitstraling en onderwerpen die nog altijd tot de verbeelding spreken.
Van Freek van den Berg, geboren in 1918 te Amsterdam waar hij ook opgroeide, was al op jonge leeftijd duidelijk dat hij een uitzonderlijk schilderstalent bezat. Op zijn 17e verlaat hij dan ook het ouderlijk huis om zich volledig te kunnen wijden aan de schilderkunst. Hij krijgt les van Giltay en Han van Dam. In 1937 ontmoet hij Kees van Dongen die hem uitnodigt voor zijn expositie bij de Amsterdamse kunsthandel Buffa. Het fauvisme was in Nederland nog redelijk onbekend en Freek raakte diep getroffen door het kleurgebruik van Van Dongen. Freek bleek geboren voor het fauvisme. Zijn temperamentvolle karakter, zijn levensdrift en liefde voor het leven dat hij altijd op een positieve manier benaderde, maakte hem een fauvist pur sang. –Fauvisten staat voor ‘wilden’ een scheldnaam die de kunstenaars van deze stroming kregen door hun ‘onorthodoxe’ ongemengde kleurgebruik en de invloed die dit had op hun voorstellingen. Controversieel als de schilders die tot deze stroming behoorden waren, adopteerden ze de naam Fauvist als hun geuzennaam. –
Na de oorlog gaat Freek naar Parijs waar hij tentoonstellingen bezoekt en geïnspireerd raakt door de kleuren en vormgeving van schilders als Derain, De Vlaminck en Matisse. Al op twintigjarige leeftijd wordt hij lid van ‘De Onafhankelijken’ waar hij werkt met schilders als Harry Kuyten en Kees Maks. Hij schildert vooral landschappen, portretten en elegante vrouwen. De vrouw in haar warm zinnelijke aanwezigheid is
het onderwerp van zijn levendige schilderkunst. Freek kreeg de bijnaam ‘De Kees van Dongen van Kattenburg’.
Om in zijn levensonderhoud te voorzien werkt hij als kunstcriticus voor Het Vrije Volk, Het Parool en Vrij Nederland. Begin jaren ’60 schildert hij decors voor Opera Forum. Zijn visie op de wereld van het theater is uitbundig en zijn coloristische verbeelding is overrompelend sterk. Gedurende deze periode maakt hij veel schilderijen en aquarellen met als thema de revuedames van My Fair Lady.
Freek maakt diverse reizen naar Chatou en Collioure, de bakermat van het fauvisme. In 1985 verlaat hij Amsterdam en vestigt zich op de Veluwe in het aan de IJssel gelegen Veessen, waar hij tot het einde van zijn leven blijft wonen. In zijn Amsterdamse periode schildert hij expressief, later vooral meer naar het impressionisme neigend, maar ook in Veessen blijft hij het onmiskenbare kleurenpalet van ‘de wilde beesten’ hanteren. Toch is Freek van den Berg niet in een navolging van het fauvisme blijven steken maar heeft dit verwerkt tot een eigen en voor Nederland unieke stijl.
Freek neemt deel aan diverse tentoonstellingen in het land en is gedurende vele jaren een trouw exposant in Kunstzaal Hamdorff te Laren. Als eerbetoon aan zijn 80e verjaardag verschijnt in 1998 de monografie: Freek van den Berg, leven met kleur.
Freek is in 2000 overleden.
Vermelding in Luns; Mak van Waay; Jacobs; Pieter Scheen - Lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars 1750–1950.