De schilderijen verleiden om stil te staan bij de dingen die doorgaans onopgemerkt voorbij gaan. De eenzaamheid van sommige mensen, het gebrek aan communicatie tussen mensen, het in zichzelf gekeerde van wachtende mensen of simpelweg de omgeving die mensen elke dag weer tegenkomen. Een moment in het stedelijke bestaan met alle ruis die daar bij hoort. En dan blijkt dat juist de situaties die doorgaans niet opvallen, heel veel zeggen over de hedendaagse samenleving.
Gerard Boersma is geboren in 1976 te Harlingen en opgegroeid in Makkum.
Als kind hield hij zich niet echt bezig met tekenen, hoewel hij wel een keer een poging deed om een kersttekenwedstrijd te winnen door een tekening van een peer in te sturen. En… hij won. Op z’n 12e kwam hij in aanraking met graffiti waar hij zich helemaal in uitleefde. Maar zijn drang om iets ‘te vertellen’ groeide en zo begon hij met schilderen. In een schilderij kon je veel beter je verhaal kwijt vond hij. Op zijn 22ste verliet hij zijn ouderlijk huis om in Leeuwarden te studeren. Hij werd tekenleraar. Al gauw volgde een studie aan de kunstacademie Minerva in Groningen. Hij specialiseerde zich in het realistisch schilderen en studeerde af in 2001. Sindsdien is hij professioneel schilder en woont en werkt in Leeuwarden.
| Gerard is familie van de beroemde realistische schilder Jopie Huisman (1922-2000). Jopie was de broer van de oma van Gerard. In hun werk komt de realistische gedetailleerde weergave overeen. Maar waar Jopie een voorliefde had voor onvolmaakte en weggegooide zaken, daar heeft Gerard een zwak voor het stadsleven met situaties van alle dag. Hij registreert mensen op straat, in het openbaar vervoer, in winkels, wachtruimtes, musea of laat de omgevingen zien waarin mensen leven. Omdat deze situaties vaak snel voorbij zijn, legt hij ze vast op foto's die hij vervolgens gebruikt als uitgangspunt voor zijn realistische schilderijen. Na een van zijn vele stadswandelingen komt hij |
 |
thuis met zijn foto’s die hij eerst bewerkt op de computer. Hij verplaatst dingen of haalt ze weg. Hij gaat net zolang door tot de compositie is wat hij wil. Dan begint hij te schetsen met het beeld wat hij heeft gemanipuleerd in zijn achterhoofd. Pas dan komt de verf. Altijd acryl. Want dat past het best bij zijn stijl, zegt hij. En hij werkt slechts met vijf vaste kleuren, heel soms een en de dezelfde zesde kleur toevoegend. Tot er wederom een hyperrealistisch kunstwerk is ontstaan van een alledaags tafereel.
Inmiddels is hij internationaal erkend kunstenaar. Zijn schilderijen zijn te zien in New York, Chicago, Los Angeles, Washington DC en San Francisco, maar eveneens in Europese steden als Amsterdam, Londen, Rome, Florence, Napels en München om er een aantal te noemen. Zijn werk bevindt zich ook in de permanente collectie van het Fries Museum en werd daar tevens in twee groepsexposities tentoongesteld in 2007.