Wie de schilderijen van Kees Blom nauwkeurig bekijkt, zal er onmiddellijk het vakmanschap in herkennen. Laag over laag, in vier á vijf sessies, schildert Kees Blom een aardbei, een vogel, een bloem of een gecraqueleerd porseleinen kommetje op een paneel. En wat je ziet is wat je krijgt. Een aangename verrassing. Pure emotie. Niet verwonderlijk trouwens.
Het werk van Kees Blom is bij een eerste, toevallige blik al direct goed voor een gevoel van verbazing, blijdschap. Een glimlach. Vrolijkheid, rust. Of je krijgt trek in een appel, een peer of een pruim. Eetbaar. Aanraakbaar.
Kees Blom
geboren te Apeldoorn in 1968, groeit op binnen de beperkende contouren van een zwaar gereformeerd gezin, al schilderde zijn vader zelf ook. Van vrij expressionisme is echter geen sprake en vader houdt de schilderskunst liever voor zichzelf. Wel laat hij Kees naast de middelbare school lessen volgen aan de Groningse Tekenacademie. Een dromer is Kees. Intuïtief kind met en rijk gevoelsleven, dat conflicteert met de geremde gestrengheid van het protestantse milieu. Op de lts, waar hij uitblinkt in vakken als technisch tekenen en timmeren, bloeit hij op. Hij wordt dan ook timmerman, uitvoerder en restaurateur. Maar nu heeft hij het accent verlegd. Kees Blom bekent kleur en wijd zich volledig aan zijn echte beroep: dat van kunstschilder. Niet gemakkelijk voor iemand die zich vooral geremd voelde om naar buiten te treden. Daar is de laatste jaren wel verandering in gekomen.
| Kees Blom heeft zich gespecialiseerd in de fijnschildertechniek. Zijn liefde geldt voor het pure vakmanschap, met een voorkeur voor stillevens. Van portretten schilderen wordt hij nerveus; de zwijgende interactie tussen model en schilder verstoord zijn gemoedsrust. Liever concentreert hij zich op het gestage, ambachtelijke proces, waarbij hij de realistische weergave van voorwerpen tot in de kleinste details perfectioneert. Die werkelijkheid is volgens Kees overigens relatief.Hij schildert immers een gestileerde werkelijkheid, een die vaak mooier is dan de werkelijke realiteit. Zijn perfectionisme reikt zover dat hij zijn schilderijen, eenmaal gereed, niet meer in zijn buurt kan verdragen. Steeds opnieuw blijven mogelijke minutieuze onvolkomenheden hem opvallen. Wat zijn drang tot continue verbetering sterkt. |
 |